ProfQuote: De wereld over 50 jaar

    ProfQuote: De wereld over 50 jaar

    Dit is een eerste profquote in een serie over principes in economie en beleggen. Om economie en beurs beter te begrijpen is het handig om een aantal onderliggende principes, of wetmatigheden, te kennen. In dit manifesto zet ik mijn principes uiteen. De meeste zijn algemeen geaccepteerd en zeker niet uniek! Deze principes zijn een soort werktuigen uit een economische gereedschapskist die mij helpen de wereld om mij heen beter te begrijpen. Er zijn nog vele andere nuttige gereedschapskisten die veel zaken inzichtelijk kunnen maken. Zo is psychologie erg nuttig bij het bestuderen van economie en beurs, maar is een biologie-gereedschapskist handiger bij het onderzoeken van de fotosynthese in planten.

    Economie en beleggen gaan in de eerste plaats over mensen en niet over cijfers. Mijn uitgangspunt is het begrijpen van het gedrag van mensen, bijvoorbeeld in de vorm van consumenten of beleggers. Het gaat om mensen en hun keuzes en hun ‘interactie’ met andere mensen.

    Een voorbeeld: als ‘consument’ maak je iedere dag bewust en onbewust duizenden keuzes. Zodra je opstaat, begint het keuzes maken. Als het nog donker buiten is doe je het licht aan. Je denkt waarschijnlijk niet na over de halve eurocent stroom die het kost om dat licht te produceren. Dat komt omdat die kosten zo laag zijn ten opzichte van ons inkomen (of dat van je ouders) dat het niet in je opkomt dat licht niet aan te doen. Echter, een groot deel van de wereld verdient nog zo weinig dat ze waarschijnlijk heel bewust het licht aan of uit doen, als ze al elektriciteit hebben. Zo gaat het evenwel de hele dag door: je keuzes over eten, transport naar school, en ontspanning hebben allemaal een microscopische invloed op de economie. Rekenaars tellen alles bij elkaar op en proberen een patroon te ontdekken. Het blijft echter van belang te realiseren dat de gegevens het ontstaan door het optellen van het gedrag van miljoenen individuen.

    Veel economische gedrag van mensen, zoals aandelenbubbels en economische conjunctuur, is goed te begrijpen wanneer je de volgende vier principes gebruikt:

    1. Mensen maken logische keuzes (in economentaal: mensen zijn rationeel).
    2. Mensen willen de hoogste opbrengst tegen de laagste kosten (in economentaal: mensen maximaliseren hun ‘nut’).
    3. Mensen weten niet alles (in economentaal: mensen beschikken over gebrekkige informatie).
    4. Mensen zijn bang voor verlies. (in economentaal: mensen zijn risico-avers).
    1. Mensen maken logische keuzes (rationeel). Dit principe is het beste te begrijpen als je uitgaat van een gemiddeld persoon. Natuurlijk zijn er talloze individuen die stomme dingen doen, maar de meeste mensen maken meestal logische keuzes. Niet iedereen is het hier mee eens. Een leuk voorbeeld zijn de voorspellingen over het gedrag van mensen uit het voormalige Oostblok. De zogeheten homo Sovieticus zou na vele decennia communisme geen ondernemingszin hebben, wat zo van belang is voor een markteconomie. Dat bleek de afgelopen vijftien jaar reuze mee te vallen.
    2. Mensen willen de hoogste opbrengst tegen de laagste kosten (nutsmaximalisatie). Dit wordt ook wel een ‘kostenbaten’ genoemd. Kosten kunnen bestaan uit geld, tijd of moeite. Opbrengsten kunnen bestaan uit geld, tijd of plezier. Koop je van je zuur verdiende zakgeld Young Dynamic aandelen, belminuten of ga je naar de film? Je persoonlijke voorkeuren zullen je uiteindelijke keuze bepalen. Ook dit principe is te betwisten: mensen kunnen bijvoorbeeld ook onzelfzuchtig/altruïstisch zijn. Ze geven iets wat tijd of geld kost, en krijgen er ogenschijnlijk niets voor terug. Echter, elke goede econoom heeft een aantal gereedschappen van een psycholoog in zijn werkkist. Voor een psycholoog kan een “goed gevoel” ook een vorm van plezier zijn. Goed doen kost tijd en/of geld, maar je krijgt er een goed gevoel (of een gerust geweten) voor terug. Dat is ook wat waard! Echter, men kan niet een hele samenleving bouwen op altruïsme. Mensen zijn uiteindelijk toch egoïstisch en daar zijn ze in de voormalige Sovjet Unie door schade en schande ook achter gekomen.
    3. Mensen weten niet alles (gebrekkige/imperfecte informatie). Mensen hebben niet altijd alle informatie die nodig is om de beste keuze te maken. Dan lijkt het vaak alsof mensen onlogische keuzes maken, terwijl ze juist wel de meest logische keuze maken, uitgaande van de gebrekkige informatie die er beschikbaar is. Een heel banaal voorbeeld is het rijden van de snelste route tussen A en B. Zonder routekaart doe je er natuurlijk veel langer over, maar ook als je de weg wel weet kan er nog een file staan. Mensen met een grote kennis van sluipweggetjes kunnen dan toch sneller naar de bestemming toe, en die mensen nemen objectief gezien de meest logische beslissing. Alle andere mensen maken echter niet een onlogische beslissing, ze weten gewoon niet hoe ze het beste kunnen rijden.Beleggers kunnen profiteren van de behoefte van mensen naar goede informatie. Het Nederlandse bedrijf TomTom is wereldmarktleider in routecomputers voor in de auto. Sinds de notering in mei is het aandeel al met 65% gestegen. Aan de andere kant kunnen ook beursbubbels verklaard worden vanuit de gebrekkige informatie gedachte. In een bubbel beleggen veel mensen omdat de beurzen omhoog gaan en omdat ‘iedereen’ belegt. Dan gaan ze ervan uit dat die ‘iedereen’ zich goed geïnformeerd heeft, terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn.
      Gelukkig bestaat er ook nog zoiets als het leereffect. Mensen leren van hun fouten en zo wordt de beschikbare informatie steeds minder gebrekkig. De snelheid van dit leereffect wordt voornamelijk bepaald door de omgeving. Hoe stimulerender en stabieler (rustiger) hoe beter, net als met het maken van huiswerk.
    4. Mensen zijn bang voor verlies (risico aversie). Psychologisch onderzoek wijst uit dat de (pijn)emotie om het verlies van tien euro groter is dan de (plezier)emotie van tien euro winst. Het gevolg is dat mensen meer moeite doen om verlies te voorkomen dan om winst te maken. Het is wederom de psychologie die een verklaring biedt, het heeft te maken met het oeroverlevingsinstinct. Ook al bevinden wij ons tegenwoordig zelden meer in levensbedreigende situaties, toch beïnvloedt dit instinct nog ons gedrag. Dit effect is vooral terug te vinden in de verzekeringswereld en de financiële markten.

    Het profiteren van deze psychologische aspecten van de financiële markten worden vaak aangeduid onder de Engelse term ‘behavioral finance’. In de klassieke beleggingstheorie wordt uitgegaan van een volledig rationele belegger. Dat pure rationele klopte echter vaak niet met wat er in de markten werd waargenomen. Behavioral finance is een relatief nieuwe tak van sport in de beleggingswereld. Wanneer je de ‘gebrekkige informatie’ theorie in je observaties meeneemt kan je al veel meer prijsbewegingen verklaren. Bijvoorbeeld wanneer er een heftige reactie te zien is op politiek, economisch of bedrijfsnieuws, zowel aan de positieve als de negatieve kant. In de Young Dynamic portfolio hebben we in de zomer van 2005 een duidelijk voorbeeld van overreactie gezien. Het Amerikaanse cosmetica bedrijf Avon kwam op 19 juli met het nieuws uit dat hun verkopen in China tegenvielen. China is een belangrijke groeimarkt voor Avon. Het aandeel daalde meteen 14%. Echter, nadere analyse wees uit dat het negatieve nieuws waarschijnlijk misleidend was. Avon was juist bezig hun distributie strategie aan te passen om zich voor te bereiden op een groeispurt.

    Die aanpassing zorgde voor een tijdelijke daling van verkopen. Young Dynamic heeft toen het belang met de helft vergroot om van deze te negatieve reactie te profiteren. Gelukkig is het aandeel sindsdien inderdaad weer gestegen, al is de klap van 14% nog niet te boven, maar daarvoor wil ‘de markt’ eerst goede cijfers uit China zien. Behavioral finance besteedt ook veel aandacht aan risico aversie, omdat dit soms daadwerkelijk tot onlogisch gedrag leidt. Voorbeelden zijn het tegen beter weten in aanhouden van een gedaald aandeel in de hoop dat het verlies nog wordt goedgemaakt. Het is natuurlijk wel de kunst te bepalen of je jezelf ‘tegen beter weten in’ iets wijsmaakt, of dat je nog echt gelooft in een goed verhaal. Misschien komt het inderdaad nooit meer goed met de verkopen van Avon’s cosmetica in China. Een gedegen analyse van alle relevante informatie zou dat moeten uitwijzen. Echter, om alles tot op de bodem uit te zoeken zou je eigenlijk naar China moeten, en dat is helaas niet altijd mogelijk. Uiteindelijk zal de tijd ons leren of het nou wel of niet goed gaat met Avon in China.

    Er zal snel meer volgen over de ‘basis’ van beurs en economie. Daarna zal ik uiteenzetten hoe ik deze basis-principes toepas op de portfolio van Young Dynamic.

    Deel Dit Bericht...Email this to someoneShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on Pinterest